sluiten X

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie

Artikel afbeelding

Brein en gedrag en leren

1,5 miljoen mensen keken naar de 3 tv-uitzendingen met professor Erik Scherder. Hij wist mij 3 keer 45 minuten in een prettige mate van concentratie te houden. De gebieden, die nodig waren om me te concentreren, informatie op te nemen en op te slaan waren steeds actief. Als je een EEG had afgenomen waren er ongetwijfeld veel beta-golven in het EEG te zien.

We weten dat dit anders werkt bij mensen die zich moeilijk concentreren. Dit weten we van mensen met ADHD, die problemen hebben met het remmen van de reactie op een voorbij komende prikkel, die eigenlijk genegeerd zou moeten worden. Dat is geen onwil, maar een te trage rem. Bij mensen met ADHD zien we vaak frontaal veel verhoogde theta. We weten trouwens dat die theta, net als de andere frequenties wel een goede functie heeft bij emotionele verwerking en het opslaan van informatie in het geheugen. Het is ook de bijna-slaap-droom-toestand. Deze theta-staat is bij mensen met ADHD zowel overdag als 's avonds hoger dan bij anderen. Dus overdag kunnen mensen zich dan moeilijk concentreren, 's nachts moeilijk inslapen. Diep slapen doe je namelijk met delta-golven.

De eerste aflevering van Erik Scherder heet de Aanknop van het Brein. Het leren besturen van deze knop gebeurt bij de training, die we standaard geven als mensen neurofeedback gaan doen. Ik noem het de aanknop voor als je 's ochtend wakker wordt en de uitknop voor als je in slaap wil vallen. Niet voor niets dat SMR-traning zowel effect heeft op slaap als op concentratie.

Scherder sprak op zijn enthousiasmerende manier over de werking van het ingenieuze brein-systeem. Iedere aflevering begon met de ophitsende zin: "hebben jullie er zin in?" Dat dat werkt om focus te creeeren weet hij natuurlijk vanuit al zijn kennis van het brein. Daarnaast maakte hij heel goed gebruik van de verschillende manieren waarop we informatie opnemen en onthouden, namelijk door te horen, te zien en te ervaren met experimenten.

Hij benadert het brein vanuit de onderdelen: kleine hersenen, llimbisch systeem, amygdala, hypocampus, frontale cortex, hersenhelften en basale kerne. Ook behandelt hij de verbindingen daartussen (de witte stof). Goed om te weten dat de hersenen ca 1400/1500 gram zijn en naarmate je ouder wordt krimpen. Bij mensen met vergevorderde Alzheimer is het nog maar 375 gram. Zeer beeldend legt hij het uit. Vanuit de verschillende onderdelen vinden processen plaats, als een bedrijf met organisatie-onderdelen met ieder een eigen verantwoordelijkheid. Het deel dat betrokken is bij muziek (dirigeren, piano spelen) vindt plaats vanuit de basale kernen en blijft -ook bij ernstig letsel- vaak nog goed functioneren, terwijl andere automatische handelingen soms wel weg zijn, geheugen het niet meer doet en visuele informatie of tast of reuk dan wel verstoord is.

Binnen deze onderdelen zijn weer heel veel losse cellen en verbindingen op cel-niveau. Deze individuele cellen en verbindingen maken het hele netwerk. Mijn fascinatie zit ook op celniveau, omdat het lijkt dat individuele verschillen en ervaringen in losse cellen worden opgeslagen en daarmee de individuele verschillen tussen mensen maken. Professor Jaap Murre legt hier in cartoon-vorm uit hoe cellen die een verbinding hebben steeds meer samen gaan optrekken. Cellen die samen vuren worden goede buren.

Waarom herkent de ene persoon wel een bepaalde geur en geeft deze een andere reactie dan de ander?

Dit is ook zo bij sociale situaties, maar dat is helemaal complex. In sociale situaties heb je te maken met het kunnen lezen van bijvoorbeeld gezichten, maar daarnaast ook met het herkennen van de situatie en het vermogen over een situatie te denken en gedrag te remmen en het vermogen wat je wil duidelijk maken in gedrag om te zetten.

Erik Scherder laat al de complexiteit van een hand geven zien. Maar wat als je een verhaal van een ander moet verwerken en je daarin moet inleven en iets mee moet doen. Iets wat niet eens in het hier en nu plaatsvindt. Bijvoorbeeld als de buurvrouw aan je komt vragen of je op haar dochter, die al slaapt wilt letten. Ze kan je moeilijk alle situaties die zich voor kunnen gaan doen vertellen. Er kunnen zich namelijk heel veel verschillende situaties voordoen. Je moet maar op het juiste moment de situatie inschatten en de juiste oplossing kiezen.

Net als bij een hand geven is bij veel mensen wat betreft sociaal gedrag sprake van automatismen, aangeleerd gedrag, vaardigheden, dingen die eigen gemaakt zijn, patronen. Dat zijn allemaal begrippen diie we in de psychotherapie gebruiken op het moment dat er klachten zijn en patronen doorbroken moeten worden.

Op het gebied van brein en gedrag is Brainfact betrokken bij de SIVT, schaal voor Sociale informatieverwerking. We zijn erg geinteresseerd in de frontale cortex en de planning van gedrag. We zijn erg geinteresseerd in sociale en emotionele ontwikkelingsniveaus en we zijn geinteresseerd in de relatie intelligentie en toepassen van intelligentie, met name als er grote verschillen zijn tussen wat iemand lijkt te kunnen en laat zien of tussen wat iemand kan en aankan.

Psychologen zijn goed in het aan- en afleren van gedrag, ook als er hersenletsel is. Daarvoor wordt bij mensen met goede cognitieve vaardigheden de cognitieve gedragstherapie gebruikt. Gedachten die verbinding hebben gemaakt met een bepaalde prikkel en situatie worden uit elkaaar gehaald en nieuwe gedachten worden aan de prikkel gekoppeld. Dit kan via cognitieve methodes, door praten over en oefenen. Bij Brainfact wordt dit met neurofeedback via de ervaring gedaan. Nog steeds worden de principes van het brein en het leren gebruikt.

Soms kan iemand iets niet, soms kan iemand iets nog niet, soms kan iemand iets (emotioneel) niet aan, soms zal iemand iets kunnen leren en soms duurt dat heel lang en gaat het leren en automatiseren heel traag.

In de samenleving is het belangrijk te weten waar het probleem zit, want dat zegt ook veel over de ondersteuning die nodig en mogelijk is. Leerbaarheid is daarin van wezenlijk belang. Veel te lang hebben teveel mensen in de gevangenis, GGZ of TBS gezeten, waar problematiek eerder slechter dan beter werd en verkeerde dingen werden aangeleerd en goede dingen die passen bij de persoon niet werden aangeboden. Maar ook lopen teveel mensen in deze ingewikkelde maatschappij rond zonder ondersteuning terwijl de informatieverwerking veel te traag verloopt, mensen wel slim overkomen maar hetgeen ze geleerd hebben niet kunnen vertalen naar de praktijk en er teveel gevraagd en teveel druk ervaren wordt waardoor stress en psychische problematiek kan ontstaan.

Nadat je de lezingen hebt gezien besef je dat vanzelfsprekende handelingen, zoals het herkennen van mensen die je gisteren hebt gesproken, het geven van een hand of het in je ooghoek waarnemen van mensen die naast je zitten, voor mensen met hersenletsel totaal niet vanzelfsprekend is.

Op September 18, 2015